Recensie Parool Bob Frommé

Piet Schreuders - De Poezenkrant,
sinds 1974

Piet Schreuders - Furore 1973

Het heeft er de schijn van dat de pop-art grotendeels aan Nederland voorbij is gegaan, althans in de beeldende kunst. Maar in de toegepaste kunsten heeft zij wel degelijk haar invloed doen gelden. Onder grafische vormgevers is zelfs sprake geweest van een Amerikaanse School, die echter nooit als zodanig is herkend. Een representant is de in 1953 geboren André Olgers, die zich tot zijn dood in 2005 bezighield met muziek, film, tekst en vormgeving.

Pop-art heeft niets met muziek te maken: pop staat voor popular. Het kenmerk van deze kunststroming uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw is dat uitingen van de consumptiemaatschappij zoals reclame, verpakkingen en ander alledaags beeldmateriaal verwerkt worden in kunstwerken, vaak als collages – bij Richard Hamilton (GB, 1922) – of als assemblagekunst – door Tom Wesselman (VS, 1931-2004). De bekendste pop-art kunstenaar is wellicht Andy Warhol (VS, 1928-1987), die meestentijds op basis van foto’s autonome creaties maakt. Hij zegt daarover: ‘Ik aanbid Amerika. Mijn voorstellingen zijn registraties van de harde onpersoonlijke productie en materialistische objecten waarop Amerika gebouwd is.’

Ondanks de expositie die Willem Sandberg in 1968 in het Stedelijk Museum van Amsterdam aan de pop-art wijdt, blijft de invloed op de Nederlandse beeldende kunst gering. Woody van Amen (1936), Gustave Asselbergs (1938-1967) en Rik van Bentum (1936-1994) zijn bijna vergeten representanten. Jan Cremer (1940) is bekender als expressionist en schrijver, terwijl Wim T. Schippers (1942) meer een fluxus/performance-achtige kunstenaar is. Maar op andere kunstvormen is de invloed onmiskenbaar. C.B. Vaandrager (1935) en Hans Sleutelaar (1935) gebruiken de collagetechniek in hun gedichten, en de Amerikaanse beat generation beïnvloedt schrijvers als Johnny van Doorn (1944-1991) en Jan Donkers (1943), zoals de Amerikaanse beeldcultuur met name Guy Peellaert (B, 1934, Rock Dreams), Peter Pontiac (1951), The Real Free Press, De Enschedese School en Piet Schreuders (1951) inspireert. Het blad Hitweek is ondenkbaar zonder de Amerikaanse Underground.

André Olgers, vrij werk - tekening 1970

André Olgers, vrij werk - tekening 1970